Leidingen isoleren

80% of 100%

Warmte-isolatie is niet alleen goed voor het milieu, maar ook voor je portemonnee. Energie is veel te kostbaar om te verspillen, wat je niet verbruikt hoeft ook niet geproduceerd te worden. Buizen en leidingen zijn bijna altijd de zwakste plekken van een verwarmingssysteem. De meest eenvoudige besparing creëer je dus door het isoleren van leidingen en buizen.

  1. Meer comfort begint bij jezelf

    Leidingen die in de muur lopen kun je door het gebrek aan ruimte niet goed isoleren. Maar je kunt wel de kieren in de muur volspuiten met PUR-schuim of opvullen met mineraalwol. Het uiteindelijke doel van buisisolatie is zo min mogelijk warmteverlies tussen verwarmingsketel en radiator of convector. De radiator zelf straalt in alle richtingen warmte uit, dus ook naar de wanden. Is zo'n wand een niet geïsoleerde buitenmuur dan verlies je daar veel warmte. Plaats achter de radiator een reflectiescherm. Zo voorkom je warmteverlies en verhoog je het comfort in de ruimte, hierdoor kun je de thermostaat lager zetten.

  2. Kleurcodering isolatie

    De mate van isolatie wordt uitgedrukt in een R-waarde. Als het isolatiemateriaal een slechte warmtegeleding heeft, krijgt het een hogere R-waarde en heeft het dus een betere isolatie. De grijze buisisolatie van 9 mm heeft een isolatiewaarde van 0,030. De blauwe buisisolatie van 13 mm heeft een isolatiewaarde van 0,035.

  3. Buis- en leidingisolatie

    Polyethyleen heeft een hoge R-waarde, het isoleert dus optimaal. Dit materiaal is brandvertragend en geluiddempend (minder geruis in de leidingen). Het is gemakkelijk te verwerken doordat het opklapbaar is en eenvoudig over de buis te schuiven. Verder krimpt en trekt het niet.

  4. Inkorten van de isolatiebuis

    Het inkorten van de isolatie gaat heel eenvoudig. Gebruik een verstekbak, waarin je de isolatiekoker in hoeken van 30° en 45° kunt snijden. Voor het snijden zelf kun je een broodmes gebruiken met een 30 cm recht lemmet. De buisisolatie kun je in de lengte openbuigen en over de buis of leiding schuiven. Met dubbelzijdig plakband of isolatietape plak je de einden tegen elkaar aan.

  5. T-stukken

    Start met het aanbrengen van isolatie bij de bochten, T-stukken en vertakkingen. Bij de T-stukken snijd je in de doorlopende buisisolatie een wig van 90°. Deze wig loopt door tot het midden van de buis. In de aansluitende buisisolatie snijd je twee hoeken van 45° die samen een punt vormen. De punt steek je in de 90° vorm van de doorlopende buis, zo sluiten de twee stukken goed op elkaar aan. Het T-stuk kun je omwikkelen met isolatietape, zodat het stevig op zijn plaats blijft.

  6. Haakse bocht van 90°

    Snijd in de verstekbak twee stukken buisisolatie in een hoek van 45°. Plaats beide isolatiestukken over de haakse bocht van 90° en druk ze op de zaagvlakken stevig tegen elkaar aan. Omwikkel de zaagsnede met isolatietape voor een hechte verbinding.

  7. Gekromde hoek van 90°

    Leg de buisisolatie met de lengteopening naar boven in je verstekbak. Snijd vlak naast elkaar twee inkepingen in de isolatiebuis. Beide inkepingen hebben een hoek van 30°. Doorsnijd de buisisolatie niet helemaal. Breng de isolatie aan met de inkepingen naar het midden gericht en omwikkel de naden met isolatietape.

  8. Muurbeugels

    Meet de afstand van de laatst geplaatste isolatie tot de muurbeugel. Snijd een stuk isolatiebuis van deze lengte af. Plaats de isolatie om de buis en ga dan verder met een nieuw stuk isolatie. Druk bij de muurbeugel de einden van de isolatiebuis stevig tegen elkaar en zet die vast met isolatietape.

  9. TIP!

    Zorg dat alle naden goed gesloten zijn en omwikkel ze met isolatietape. Op deze wijze krijg je de beste warmte-isolatie.

Waardering

Beoordeel dit stappenplan.

Leidingen isoleren

4
4 of 5

100 totaal

  • 5
    62
  • 4
    14
  • 3
    6
  • 2
    1
  • 1
    17